Tourblog verdiepingssessie 6: Houtopstanden

9 november 2020

Op maandagmiddag 9 november spraken we met professionals over regelgeving rond houtopstanden – bomen en struiken - in de omgevingsverordening. Het was een kleinschalige sessie, mooie kans om eens goed in de materie te duiken en hierover het gesprek aan te gaan.

Presentatie

In dit blog geven we een korte samenvatting van de verdiepingssessie. De presentatie kun je via deze link bekijken. Je kunt de presentatie gebruiken als naslagwerk tijdens het lezen van dit blog.

Drukte op de werkvloer

Deze sessie over houtopstanden is voortgevloeid uit de verdiepingssessie over rechtstreeks werkende regels. In die verdiepingssessie gaven we een beknopte introductie van wat er over houtopstanden, en dan vooral het kappen ervan, is opgenomen in de omgevingsverordening. In de basis betekent dit dat er een meldplicht en herplantplicht in de verordening staat. Binnen de bebouwingscontour houtopstanden legt de wet de bevoegdheid bij de gemeenten en buiten die contour is de provincie bevoegd. Bovendien kunnen gemeenten ook regels in hun omgevingsplan opnemen die vanuit een ander doel zijn gesteld dan alleen behoud van areaal, bijvoorbeeld vanuit de bescherming van natuur- of cultuurhistorische waarden. Hierdoor kunnen er regels zijn over het kappen van houtopstanden van het Rijk, de provincie en de gemeenten. Dat zorgt voor drukte op de werkvloer en kan onduidelijkheid geven voor burgers. Samenwerking is dus erg belangrijk. Hoe pakken we dat als één overheid op?

Wie heeft de regie?

Het gesprek tijdens de sessie ging vooral over de regels die door het rijk (Omgevingswet) zijn opgesteld over het kappen van houtopstanden, de vrijstelling die de provincie daarvoor kan opnemen in de omgevingsverordening en hoe we dat nu op een goede manier af kunnen stemmen op eventuele aanvullende kaders die gemeenten in hun omgevingsplan opnemen. Er borrelden een aantal vragen op, zoals ‘Hoe kunnen we de kaders zo goed mogelijk op elkaar afstemmen?’ en ‘Is herplanten over gemeentegrenzen heen mogelijk?’.

 In de Omgevingswet en Besluit activiteiten leefomgeving is bepaald wanneer er een meldplicht geldt voor het kappen van houtopstanden. In de omgevingsverordening kunnen provincies een vrijstelling opnemen van de meld- en herbeplantingsplichtplicht. Om de informatie voor initiatiefnemers makkelijker te ontsluiten, worden hiervoor toepasbare regels opgenomen in het DSO. Het Rijk vertaalt haar regels in het nieuwe DSO. Gemeenten en provincies kunnen daarop aansluiten met eigen regelgeving. Via het DSO (nu nog Omgevingsloket) kunnen ook omgevingsvergunningen gevraagd worden voor compensatie, ontheffing of uitstel van de herbeplantingsplicht.

Binnen de ‘bebouwingscontour’ heeft de gemeente zelf de regie, maar daarbuiten is de provincie leidend met de omgevingsverordening. Als de gemeente buiten deze contour iets wil opnemen in het omgevingsplan, bijvoorbeeld om bepaalde bomen te beschermen, kan dat in aanvulling op de regelgeving van het Rijk en de provincie. Esther Vos, projectleider omgevingsverordening, roept de gemeenten dan ook op in zulke gevallen in overleg te treden met de provincie.

Het kan namelijk gebeuren dat een inwoner, die een boom/houtopstand wil kappen hiervoor een melding doet bij de provincie. Na 1 maand wachttermijn mag de melder over gaan tot kappen van de houtopstand. Dan kan het zo zijn dat die boom/houtopstand van de gemeente níet weg mag. De provincie mag, juridisch gezien, niet toetsen aan gemeentelijke regels. Hoe kunnen we daarover zoveel mogelijk duidelijkheid geven aan de initiatiefnemers? Of moet de inwoner dan straks naar twee loketten?

Samen bouwen en doorontwikkelen

De gedachte van de Omgevingswet is dat elkaar overlappende regels automatisch op de kaart naar boven komen in het DSO (1 loket). Als je de lagenkaart van de provinciale en gemeentelijke regels op elkaar legt, zie je meteen wat er op een bepaalde plek van toepassing is. Maar dat is nog niet meteen geregeld als de Omgevingswet van kracht wordt. Veel gemeenten hebben op dat moment ook nog geen omgevingsplan. De bomenkaart van de gemeente moet uiteindelijk in dat omgevingsplan terechtkomen. De provincie wil graag samen met gemeenten die zo’n bomenkaart hebben, onderzoeken hoe dit goed te regelen is. Bijvoorbeeld met het opnemen van een verwijzing in de toepasbare regels.

Oproep aan gemeenten

Harry Kars, inhoudelijk expert van de omgevingsdienst roept de gemeenten op om te zorgen dat de bebouwingscontour actueel is: “De bebouwingscontour is heel belangrijk voor de vergunningverlening én voor de bevoegdheden.” Harry haalt een voorbeeld aan uit zijn dagelijkse praktijk: “Een gemeente wilde vergunning verlenen voor een perceel met oude kerstbomen, op die locatie is woningbouw gepland. De komgrens was echter niet aangepast, waardoor het perceel onder de bevoegdheid van de provincie viel. Vanwege de omvang van de houtopstanden bleek bescherming van de Wet natuurbescherming aan de orde. Hierdoor gelden er strengere regels, zelfs als het gaat om grond met een landbouwbestemming en weinig waardevolle bomen. Dit had voorkomen kunnen worden als de komgrens tijdig goed was vastgelegd''.