Brabant beweegt naar 2106

Van denken naar durven

In de Brabantse Omgevingsvisie legt de provincie voor zichzelf keuzes vast voor de fysieke leefomgeving. Gaan we door op de ingeslagen weg, is er een bijstelling nodig of juist een volledig nieuwe aanpak? En hoe ziet dat er dan uit?

De Omgevingsvisie maakt helder welke waarden we belangrijk vinden, hoe we keuzes maken en wie daarbij welke rol heeft. Een visie die helpt om de kansen en problemen van vandaag aan te pakken én die ons voorbereidt op de kansen en bedreigingen van morgen. Hierbij staat eenvoudig beter, of te wel ruimte maken voor kwaliteit, het motto van de Omgevingswet, centraal door alle initiatieven of ontwikkelingen die bijdragen aan kwaliteit ontwikkelruimte te bieden. Kwaliteit die bijdraagt aan gezond en veilig leven, aantrekkelijk en bereikbaar wonen en innovatief ondernemen in Brabant.

Niemand kan voorspellen hoe Brabant er in de toekomst uitziet en welke uitdagingen er zijn in 2106; het jaar dat Brabant 1000 jaar bestaat. De wereld verandert immers continu. We kunnen ons daar wel zo goed als mogelijk op voorbereiden. Door in te spelen op uitdagingen en kansen die van invloed zijn op het wonen, werken en leven in Brabant. We denken dan aan bijvoorbeeld technologische ontwikkelingen die van invloed zijn op onze mobiliteitsbehoefte, klimaatverandering en energietransitie, maar ook aan de sociale veerkracht die in delen van de samenleving onder druk staat.

Om slagvaardig in te spelen op al deze veranderingen komt er een nieuwe wet, de Omgevingswet. Naast een vereenvoudiging van het stelsel en versnelling van procedures, heeft de wet als doel om de veiligheid, gezondheid en kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Niet alleen voor de korte termijn maar juist ook voor de lange termijn. Duurzaamheid of volhoudbaarheid is hierbij randvoorwaarde vanuit de wet. Parallel aan het proces van de Omgevingswet wordt in Brabant de Omgevingsvisie vorm gegeven. Zo spelen we optimaal in op de kansen maar evengoed nog onzekerheden die de wet biedt.

De Omgevingsvisie is namelijk één van de instrumenten van de wet die bijdraagt aan meer samenhang tussen beleid. Die visie gaat over de plek waar je woont, de plek waar je werkt en je vrije tijd doorbrengt, kortom: de plek waar je leeft. Die plek verandert continu. Een Brabander uit 1850 zou zijn ‘leefomgeving’ vandaag de dag niet herkennen in bijvoorbeeld het centrum van Eindhoven, de HSL bij Prinsenbeek of de grote landbouwpercelen in de Peel. Kortom: Brabant was, is en blijft in verandering. Uiteraard met behoud van specifieke Brabantse kwaliteiten, zoals de Biesbosch of de Vestingstad ‘s-Hertogenbosch. Door met vertrouwen samen te werken en bewust te leren van wat we doen geven we vorm aan onze ambitie: Brabant als een top kennis- en innovatieregio. Kort gezegd: kracht door samenwerking!

Op basis van de stappen “dromen, denken, durven, doen”, ontleend aan creatieve processen, geven we de Omgevingsvisie vorm. Samen met betrokken Brabanders, organisaties en overheden zetten we stappen op weg naar de Omgevingsvisie. De stap van dromen naar denken werd gemaakt met de Verkenning. Aan de hand van dit startdocument, gaan we van denken naar durven. Hiermee wordt het formele startschot gegeven voor het ontwikkelen van de Omgevingsvisie. Vier keuzen staan hierbij centraal: focus, krachten bundelen, visie op visies en denken over doen. Voor een samenvattende beschouwing verwijzen wij naar de laatste pagina.

Proces Brabantse Omgevingsvisie

Een andere koers

Lees meer

We kiezen dus voor een koers die ruimte maakt voor kwaliteit. Kwaliteit in Brabant is iets dat we met elkaar vaststellen en dat we vaak meerwaarde noemen. Het gaat dan onder andere over de beleving van mensen, het praktische nut, de waardering voor het verleden en de positieve effecten voor alle gebruikers van de Brabantse omgeving. Daarom zetten we een koers in die uitgaat van een aantal lange termijn ontwikkelingen – de ‘focusopgaven’ – en die tegelijkertijd sturend werkt voor concrete programma’s en projecten van vandaag en morgen. Drie belangrijke uitgangspunten vormen ons kompas:

we stellen de mens centraal, we leren van de praktijk en gaan uit van één overheidsgedachte.

Mens centraal

Mens centraal

Mensen in Brabant maken het verschil. We zetten ondernemende mensen met plannen waar Brabant mooier en welvarender wordt centraal. Mensen die trots zijn op hun leef- en werkomgeving en daar kwaliteit aan toe willen voegen. Dat kan zowel in een stad- of dorpsgemeenschap als in de natuur of op een bedrijventerrein in Brabant. Dat vergt een mensgerichte benadering die uitgaat van het gezamenlijke, maatschappelijke belang. We werken vanuit de diepe overtuiging dat ons menselijk kapitaal - creativiteit, ambachtelijkheid, verbindend vermogen – doorslaggevend is in de “focusopgaven” die Brabant voor zich heeft.

Lerend vanuit de praktijk

Lerend vanuit de praktijk

Wat heeft Brabant gemaakt tot wat het nu is? En wat leren we van de plekken in Brabant die het goed doen of juist minder goed? De Omgevingsvisie ontwikkelen we door te leren van praktijkvoorbeelden en netwerken. Denken door doen: oplossingen zoeken voor problemen waar initiatiefnemers tegenaan lopen en hoe kansen te benutten. Daarbij voeren we evaluaties uit om het maatschappelijk effect van ons beleid scherp te krijgen – de meerwaarde – en te leren van ervaringen van en mét verschillende organisaties die in Brabant werken aan de fysieke leefomgeving. Vanuit een open houding ontwikkelen we gezamenlijk kennis en leren we van elkaar. Dat doen we tijdens het proces om tot een Omgevingsvisie te komen en blijft ook daarna onze standaard manier van werken: innoverend leren.

Eén overheid

Eén overheid

Een Brabander met een goed idee moet nu op diverse plekken goedkeuring krijgen voor zijn/haar plan. Dat moet eenvoudiger. Bijvoorbeeld door als overheden veel beter samen te zoeken naar de best mogelijke antwoorden voor de vragen vanuit de maatschappij. Hiervoor zijn nieuwe werkwijzen van belang, alsmede nieuwe competenties en onderling vertrouwen. In Brabant zijn we gewend om samen te werken en elkaar de helpende hand te bieden. We willen hier nog een stap verder in gaan om het ideaal van één overheid die maatschappelijk en privaat initiatief ondersteunt en werkt aan maatschappelijke meerwaarde dichterbij te brengen.

Wat betekent deze koers voor de rol van de provincie?

Lees meer

De provincie heeft een positie als middenbestuur: de Brabanders denken niet meteen aan de provincie als er vragen zijn. Mensen zijn wel betrokken bij de provincie maar richten zich eerder op gemeenten met hun vragen en ideeën. Dit kwam bij het Rad van Participatie op de Dutch Design Week duidelijk naar voren. De toegevoegde waarde van de provincie ligt vooral bij gemeentegrens overschrijdende onderwerpen en waar een integrerende rol verwacht wordt. Niet door taken van de gemeenten over te nemen maar door samenwerking tussen gemeenten, met waterschappen en veiligheidsregio’s te bevorderen. Maar ook bij de grote veranderingen die op Brabant afkomen. Iedere verandering brengt ook kansen met zich mee. De provincie geeft (mede) richting aan die verandering. Door kennis te delen en menskracht in te zetten die de uitvoering ondersteunen. Als ondernemende en betrouwbare overheid. We zien ons als partner van ondernemers, overheden, burgers en maatschappelijke organisaties die zorgen dat Brabant een fijne plek om te werken, wonen en leven is en blijft.

Daarbij gebruiken we diverse rollen. We willen presteren, werken in netwerken en inspelen op veranderingen. We willen (snel) duidelijkheid geven maar ook een evenwichtig besluit nemen door verschillende aspecten bij ons besluit te betrekken. En dat alles op een eerlijke manier. Het handelen van de overheid moet ten slotte ook altijd rechtmatig zijn. In onderstaand figuur is de samenhang tussen deze rollen te zien.

Alle vier de rollen zijn belangrijk voor de provincie om haar taken te vervullen. Om de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie waar te maken, acteert de provincie steeds meer aan de rechterkant van het model. Dat gaat niet vanzelf en vraagt de nodige inspanning, maar is nodig voor een adequaat inspelen op de opgaven en onzekerheden die op Brabant afkomen. Vanuit deze rolopvatting zijn de uitgangspunten van de Omgevingsvisie tot stand gekomen: we stellen de mens centraal, we willen doorlopend leren van de praktijk en we gaan uit van één overheidsgedachte.

Wat betekent deze koers voor de rol van de provincie?
Bron: Nederlandse School voor Openbaar Bestuur

Wat betekent dit voor de Omgevingsvisie?

Lees meer

De uitgangspunten roepen verschillende vragen op over hoe de Omgevingsvisie tot stand komt, maar ook hoe dat deze er uit komt te zien. In de Verkenning zijn hier tien vragen voor geformuleerd:

  • 1 Co-creatie: wie schrijft, die blijft?
  • 2 Grenzen of ga-je-gang?
  • 3 Bureau of keukentafel?
  • 4 Zelfbindend of samenbindend?
  • 5 Concreet of abstract?
  • 6 Rol of inhoud?
  • 7 Stapelen of samenhang?
  • 8 Puur fysiek of een beetje meer?
  • 9 Om welke opgaven gaat het?
  • 10 Boekje of bits?
Omgevingsvisie

In de afgelopen periode is enthousiast gewerkt aan een antwoord op deze vragen. Via internet zijn alle Brabanders uitgenodigd te reageren. Ook zijn er veel gesprekken gevoerd met mensen vanuit allerlei geledingen en allerlei pluimage, zowel binnen als buiten de provincie. Bij het zoeken naar antwoorden krijgen wij hulp van de Durftank, een groep van 15 dappere denkers die ons al gauw uit de droom hielpen dat deze vragen los van elkaar staan. Het antwoord op de ene vraag heeft namelijk ook gevolgen voor de andere vraag. En soms is er geen eenduidig antwoord mogelijk. Zo kunnen grenzen voor sommige onderwerpen een must zijn, terwijl voor andere maatschappelijke opgaven juist ruimte nodig is. Daarom zijn uit alle vragen de essentiële keuzes gedestilleerd en teruggebracht tot vier hoofdvragen voor dit startdocument als fundament voor onze Brabantse Omgevingsvisie:

  • Om welke opgaven gaat het? Focus!
  • Hoe geven we samenwerking vorm? De krachten bundelen
  • Hoe werken wij als overheden samen aan de visies? Visie op visies
  • Hoe geven we de programma's vorm? Denken over doen

In dit document beantwoorden we deze vier hoofdvragen. Deze gaan over ontwerpeisen aan het proces tot aan het vaststellen van de Omgevingsvisie, maar geven ook richting aan de inhoud van de visie en het proces daarna. Een keuze voor co-creatie bij het opstellen van de visie, schept ook verwachtingen over de uitvoering van de visie later. Bij de beantwoording van elke vraag zijn diverse opties in beeld gebracht. Vervolgens zijn die opties systematisch langs de lat van de drie uitgangspunten gelegd: mens centraal, praktijk gericht en één overheid. Hieruit volgt ons voorstel aan provinciale staten.

Download de startnotitie als PDF Download de startnotitie als PDF

Met lef aan de slag

1/ Focus

Lees meer

Verschillende dilemma’s uit de Verkenning hangen samen met de keuze voor inhoudelijke opgaven in de Omgevingsvisie. Daarmee wordt niet alleen de inhoud bepaald maar ook de strategie voor de Omgevingsvisie. Komt er een duidelijke richting voor de lange termijn of juist dynamische doelen? Wordt de visie abstract of concreet? Omvat de visie alleen de fysieke leefomgeving of ook sociale- en economische waarden? Al deze vragen komen samen in zes verschillende opties voor de indeling van de opgaven in de Omgevingsvisie:

B: Ontwikkelopgaven PNB

Focus

C: Thema's NOA

Focus

D: Basis op orde

Focus

E: Regionale agenda's

Focus

F: Wat anderen willen

Focus
  • A: focus op een beperkt aantal maatschappelijke opgaven
  • B: de provinciale ontwikkelopgaven (afgeleid uit het Bestuursakkoord ‘Beweging in Brabant’)
  • C: de thema’s uit de Nationale Omgevingsagenda van het Rijk
  • D: de zeven kerntaken van de provincies
  • E: de gebiedsurgenties
  • F: initiatiefnemers bepalen de inhoud

Van alle kanten, zowel intern als extern, kregen we de afgelopen periode een duidelijke boodschap:

Provincie, durf te kiezen en focus je op een beperkt aantal opgaven voor de langere termijn, waar het echt verkeerd dreigt te gaan als de provincie niet in actie komt of kansen onbenut blijven. Dan ben je van toegevoegde waarde.

Er is een roep om een duidelijke focus op opgaven die aan bepaalde voorwaarden voldoen:

Concentreer op een beperkt aantal grote maatschappelijke opgaven waar echt verandering nodig is. Bovenlokale opgaven waar we nú met gezamenlijke krachten aan werken en waarvan keuzes nú de toekomst bepalen. Opgaven die hoe dan ook relevant zijn voor Brabant en die zoveel mensen, waarden en aspecten raken dat we wel moeten samenwerken op verschillende schaalniveaus, in verschillende netwerken en met verschillende disciplines. Opgaven, waarvoor zowel technische als sociale innovatie en kennisontwikkeling vanuit zo veel mogelijk perspectieven noodzakelijk is. Kortom opgaven waarmee we nú aan de slag gaan zodat we in 2106 nog steeds prettig wonen, leven en ondernemen in Brabant!

De visie is als een ijsberg: alleen de top steekt uit boven het water, het grootste deel is onzichtbaar, maar vormt wel de basis. Het zichtbare deel noemen we focusopgaven. We introduceren hiermee een nieuw begrip op basis van de bovengenoemde oproep om te focussen. In de visie gaat de aandacht uit naar de focusopgaven, zonder daarbij de basistaken van de provincie tekort te doen. Sterker nog: een stevige basis is nodig om de focusopgaven gerealiseerd te krijgen. Dit betekent dat we onze provinciale basistaken zo inrichten dat ze maximaal bijdragen aan de focusopgaven. De basis op orde dus.

De focusopgaven kenmerken we door een aantal aspecten. Het zijn opgaven:

  • voor de lange termijn via 2036 op weg naar 2106;
  • die worden beïnvloed door majeure trends en ontwikkelingen;
  • die we aanpakken met de sterkten in Brabant;
  • waarmee we kansen benutten in Brabant;
  • die vragen om een gezamenlijke aanpak en samenbindend kunnen zijn;
  • waar de provincie regie voert omdat zij hier het verschil kan maken;
  • en tot slot: die een perspectief vormen voor de programma’s en projecten op de korte- en middellange termijn (1 à 2 bestuursperioden)

We willen een heldere en duidelijke koers en kiezen voor opgaven die voor alle Brabanders van belang zijn. Voor de focusopgaven geldt dat een benadering op een hoger schaalniveau meerwaarde heeft, bijvoorbeeld door partijen te mobiliseren of te inspireren. Een regionale benadering kan hierbij juist versterkend werken.

2/ De krachten bundelen

Lees meer

De Brabantse Omgevingsvisie komt tot stand in een open proces. Samen met verschillende groepen worden de ambities bepaald. Dit roept verschillende vragen op: wie denkt er mee en welke ruimte is er om de Omgevingsvisie mee in te kleuren? En ook van belang; hoe leggen we nu de basis voor samenwerking in de uitvoering? Met het proces van de Omgevingsvisie wordt ook de toon gezet voor het vervolg. Een belangrijke keuze dus! Opties zijn:

  • A: samen met initiatiefnemers werken vanuit de praktijk
  • B: samen met alle Brabanders, daar doen we het immers voor
  • C: benutten van de bestaande netwerken
  • D: eerst als provincie zelf de hoofdlijnen bepalen
  • E: een Brabant-forum inrichten met deelnemers uit de verschillende kwadranten

De Omgevingsvisie raakt direct of indirect veel Brabanders, organisaties en belangen. Voor een praktijkgerichte visie die de mens centraal stelt is het belangrijk dat deze partijen meedoen aan de ontwikkeling van de visie. De kennis en kracht van onze bestaande netwerken is onvoldoende om te komen tot een andere aanpak die nodig is voor de focusopgaven. Door dit te combineren met de ervaringen en inzichten van nieuwe deelnemers zoals initiatiefnemers, Brabanders en kennisinstellingen worden de krachten gebundeld.

De variant in het midden is daarmee de meest wenselijke variant is, waarbij één forum met een beperkt aantal deelnemers zich buigt over de genoemde focusopgaven. Bij het opzetten hiervan gebruiken we de lessen die we opgedaan hebben met de Durftank en de Brabant Community van het PON, als ook Brabant Kennis en Brabant Advies.

3/ Visie op visies

Lees meer

Hoe werken we als overheden samen aan de Omgevingsvisies? Niet alleen de provincie stelt een Omgevingsvisie op, maar ook het rijk en de gemeenten. Gaat iedereen los aan de slag of – het andere uiterste – stellen we gezamenlijk één visie op? Vanuit de één overheidsgedachte lijkt één gezamenlijke visie voor de hand te liggen. Maar rijk, provincie en gemeente hebben elk hun eigen verantwoordelijkheden, waardoor dat moeilijker is dan op het eerste gezicht lijkt. Hierover hebben we de afgelopen periode nagedacht en gediscussieerd met anderen. Grofweg zijn er vijf verschillende mogelijkheden (met de klok mee):

  • A: Rijk, provincie en gemeenten stellen ieder onafhankelijk van elkaar hun visie op. Iedereen is immers verantwoordelijk voor zijn eigen taak.
  • B: Rijk, provincie en gemeenten stemmen met elkaar af, maar stellen wel ieder hun eigen visie vast. De provincie zorgt dat de visies complementair zijn.
  • C: Provincie werkt met rijk en gemeenten samen; ieder aan een eigen visie of in bovenlokaal verband. Met verschillende intensiteit, afhankelijk van het onderwerp en wensen van gemeenten. Provincie streeft met andere overheden naar complementariteit en kwaliteit in de diverse visies.
  • D: De provinciale Omgevingsvisie is samengesteld uit regiovisies waarin gemeenten zich laten vertegenwoordigen door de regio’s, en daarnaast maakt iedere gemeente een eigen visie.
  • E: Er komt één Brabantse Omgevingsvisie voor alle gemeenten en provincie, met eventueel nog regiovisies daarin.

De variant rechtsonder (C) is de meest wenselijke variant. We gaan op zoek naar gezamenlijke ambities die we vastleggen in de Omgevingsvisie en die alleen bindend is voor de provincie. Hierbij trekken we gezamenlijk op met rijk, gemeenten en waterschappen om uitgangspunten te delen, tegenstrijdigheden uit de weg te ruimen en om een goede basis te leggen voor de samenwerking en uitvoering via programma’s. Daarbij nodigen wij ook niet-overheden uit een inbreng te leveren aan de Omgevingsvisie. Voor hen is het ook belangrijk dat er goede afstemming plaatsvindt tussen de verschillende schaalniveaus. Dat helpt de uitvoering te vergemakkelijken.

Wij vinden het belangrijk dat de verschillende visies binnen Brabant rekening houden met elkaars inzet en elkaar waar mogelijk aanvullen. Daarom spelen wij in op verschillende situaties. Sommige gemeenten werken aan een eigen visie en zorgen in dat traject voor verbinding met andere partijen. Als gemeenten dat vragen denken wij graag mee. Afstemming is geen eenrichtingsverkeer! Er zijn ook verschillende initiatieven waar visies worden opgesteld door samenwerkende gemeenten of in regionaal verband. Wij sluiten ook graag bij dergelijke initiatieven aan. En natuurlijk de waterschappen die zich van meet af aan meedenkende en betrokken partners tonen. Onze inzet in deze trajecten is gericht op maatwerk en een goede afstemming tussen de verschillende visies. Dat bevordert de samenhang en één overheidsgedachte.

4/ Denken over doen

Lees meer

De Brabantse Omgevingsvisie bevat de stip op de horizon: wat is er nodig om in 2106 nog steeds goed te kunnen wonen en werken in Brabant? De Omgevingsvisie heeft een strategisch karakter en legt niet alles tot in detail vast maar geeft richting aan. Voor het feitelijk realiseren van de doelen is echte actie nodig. De visie bevat daarom ook een uitvoeringsstrategie. Die geeft op hoofdlijnen aan hoe de uitvoering vorm krijgt en met wat voor instrumenten. Daarom is het belangrijk om nu ook na te denken over de uitvoering.

De Omgevingswet biedt verschillende instrumenten om de uitvoering vorm te geven. Dit zijn soms oude instrumenten die een flinke update hebben gekregen, zoals de omgevingsvergunning en de omgevingsverordening. Soms zijn dit nieuwe instrumenten, zoals het projectbesluit en programma’s.

Vaak is er niet 1 instrument maar een mix van instrumenten nodig om een gewenst doel te bereiken. Deze mix wordt afhankelijk van de urgentie, omstandigheden en politieke keuzes ingevuld en periodiek aangepast. Overigens is de keuze soms beperkt omdat de nationale wetgever opdracht geeft om een bepaald instrument in te zetten. Op het moment van schrijven van dit document is het instrumentarium nog volop in ontwikkeling.

Programma's

Om de strategische doelen uit de visie te operationaliseren, kent de Omgevingswet een nieuw instrument: het programma. Een programma beschrijft het beleid voor de korte- tot middellange termijn om de doelen uit de visie te bereiken. Ze zijn uitvoeringsgericht en bevatten concrete maatregelen voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving. Een programma heeft geen binding naar derden. Er zijn drie wettelijk verplichte programma’s: een waterprogramma, het beheerplan Natura 2000 en het actieplan omgevingslawaai.

De wet schrijft niet voor hoe een programma er uit moet zien; een programma kan bijvoorbeeld thematisch, gebiedsgericht of vanuit een bepaalde doelgroep worden opgesteld. Gedeputeerde Staten zijn bevoegd om programma’s vast te stellen. Provinciale staten kunnen invloed uitoefenen op de programma’s door het geven van een instructie aan GS over bijvoorbeeld het proces, inhoud of de vorm van programma’s.

Bekijk de voorbeelden

Doordat programma’s wezenlijk zijn voor de uitvoering van de visie, is het belangrijk daar nu al over na te denken. Zodat de uitwerking in programma’s gelijktijdig vorm krijgt met de visie zelf. In de afgelopen periode zijn er verschillende varianten uitgewerkt en met diverse partijen besproken. Grofweg zijn er vier verschillende mogelijkheden:

C

Doelgroepen

D

Regio's

  • A: Programma’s voor thematische ontwikkelopgaven
  • B: Sectorale programma’s
  • C: Programma’s gericht op doelgroepen
  • D: Programma’s per gebied of regio

Samengevat: wat betekent dit nu concreet?

Lees meer

De uitgangspunten uit de Verkenning (mens centraal, praktijkgericht en één overheid) hebben via de dilemma’s geleid tot keuzes in dit startdocument. Wat betekenen deze keuzes nu concreet voor het vervolgproject?

De keuze voor de vier focusopgaven betekent dat zowel in het proces naar de Omgevingsvisie toe, als in de Omgevingsvisie zelf, het overgrote deel van de aandacht uitgaat naar deze opgaven. Natuurlijk begint dit met de “basis op orde”. Voor de basistaken heeft de provincie in de loop van de jaren al beleid opgesteld (bijvoorbeeld SVRO, PVVP, PMWP en BrUG) en ook veel ervaring met de uitvoering. De doelstellingen en andere strategische onderdelen uit dit beleid nemen we over in de visie zodat deze ook voor de komende jaren vastliggen. Dat betekent niet dat er helemaal niets verandert. Aanbevelingen uit evaluaties verwerken we. En ook voor deze basistaken zetten we in op een meervoudige aanpak zoals bedoeld in het NSOB model (Nederlandse School van Openbaar Bestuur). De ‘basis op orde’ draagt daarmee maximaal bij aan de focusopgaven. Deze aanpassingen komen waarschijnlijk meer in de programma’s dan in de visie tot uiting, omdat de visie zelf zich beperkt tot de hoofdlijnen.

Voor de vier focusopgaven, maar ook voor het adaptief inspelen op nieuwe ontwikkelingen, richten wij het forum Brabant Pioniers op. De concrete samenstelling van dit forum is nu nog niet bekend. We zorgen er wel voor dat Brabant Pioniers een forum van formaat is met een brede schakering van kennis en waarden. Wij zoeken daarbij ook bewust naar belangentegenstellingen en meningsverschillen, om van daaruit te werken aan een gezamenlijk voorstel. En we willen een geëngageerde betrokkenheid van PS en GS in deze fase continueren zoals we dat ook in de Droom- en Denkfase hebben gedaan.

Niet alleen wij, maar ook de gemeenten en het rijk stellen Omgevingsvisies op. Het is belangrijk dat deze visies zo goed mogelijk op elkaar aansluiten. Wij werken daarom samen met rijk en gemeenten. Dat wil zeggen dat wij zowel meedenken over de visies van anderen, als anderen vragen om mee te denken aan onze visie (bijvoorbeeld door deelname in Brabant Pioniers). Daarbij vinden wij het belangrijker om aan te sluiten bij wat de ander aan ons vraagt, dan met elke gemeente even intensief samen te werken. In de totstandkoming van de Nationale Omgevingsvisie zijn we zowel ambtelijk als bestuurlijk actief.

Dit alles moet leiden tot een visie die inspireert tot handelen. Daarom ontwikkelen we de visie voor degenen die hiermee aan de slag gaat. Wie dat allemaal zijn, is nu nog niet precies te zeggen. Dat volgt uit het denkproces van Brabant Pioniers maar is ook afhankelijk van initiatieven die opkomen. In ieder geval is wel duidelijk dat een statische visie op papier hier niet bij past. De Omgevingswet verplicht dan ook een digitaal toegankelijke Omgevingsvisie. Hier willen wij een stap verder in gaan, zodat het product breder toegankelijk is voor verschillende doelgroepen. Deze wens bleek onder andere tijdens een sessie met een gevarieerd gezelschap op de Dutch Design Week.

Een product dat ontwikkeld wordt vanuit de behoeften van de verschillende doelgroepen ondersteunt de uitvoering. Hiermee geeft het mede vorm aan de uitgangspunten van de Brabantse Omgevingsvisie. Hiervoor moet de visie op verschillende manieren te benaderen zijn. Een combinatie van beeld, tekst, kaartbeelden en een zoekmachine lijkt hiervoor nodig. Parallel aan het ontwikkelen van de inhoud van de visie wordt gekeken welke vorm hier het beste bijpast. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de eisen vanuit de Omgevingswet en het Digitaal Stelsel Omgevingswet.

De kanttekening bij deze keuze is dat het meer geld en capaciteit kost om een dergelijk product te ontwikkelen. Hier staat tegenover dat een aantrekkelijker product zorgt voor meer bekendheid en gebruiksvriendelijkheid.

Gelijktijdig met de visie werken wij gezamenlijk aan de programma’s. De programma’s worden gebaseerd op de thema’s van het bestuursakkoord en de uitwerking daarvan: arbeidsmarkt & economische ontwikkeling; organiseren slimme & duurzame mobiliteit; verduurzamen agrofood; versterken sociale veerkracht; vitaliteit natuur- en watersysteem; circulair maken economie; versnellen energietransitie; digitale samenleving; sterk Brabants netwerk en culturele identiteit.

Dit alles betekent dat wij nu achtereenvolgens de volgende stappen gaan zetten: in 2017 ontwikkelen we met betrokken partijen de Brabantse Omgevingsvisie en doorlopen een MER-traject, werken wij de visie uit in programma’s waarin zowel het beleid als de uitvoering is opgenomen en starten wij met het maken van een omgevingsverordening. Daarna volgt de tervisielegging, inspraak en verwerking van reacties om het besluitvormingstraject voor de Brabantse Omgevingsvisie eind 2018 af te ronden.