Aan de slag met de Omgevingswet

De komst van de Omgevingswet leidt tot een stelselherziening op het gebied van wet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Brabant heeft zichzelf een hoge ambitie: om niet alleen de instrumenten omgevingswet-proof te maken, maar dit moment ook aan te grijpen om onze manieren van werken te ontwikkelen. In Brabant wachten we daarmee niet tot de wet er is, maar starten hier nu al mee. Het is een kwestie van doen. Aan de slag!

Bij de invoering van de Omgevingswet werkt de provincie langs vijf sporen. Dit zijn de uitgangspunten die de basis vormen van onze nieuwe manier van werken. We zetten in op:

  1. Het vergroten van kennis en bewustwording
  2. Het doorontwikkelen van houding en gedrag
  3. Het aanpassen van werkprocessen en het stimuleren van ketensamenwerking
  4. Het versterken van sturing en structuur
  5. Innovatiegedreven werken

1. Het vergroten van kennis en bewustwording

Het doel is om medewerkers, managers, directie en bestuur bewust te maken, wat de nieuwe Omgevingswet betekent voor hun eigen, dagelijkse werk. Zo zorgen we ervoor dat de veranderopgave persoonlijk en daardoor concreet wordt. We zetten in op het ontwikkelen en up-to-date houden van de benodigde kennis, zodat iedereen in de organisatie in staat is om de manier van werken en kijken van de nieuwe Omgevingswet adequaat toe te passen. We vergroten het bewustzijn van de impact van de Omgevingswet.

VOORBEELD

In 2019 werken we aan een vervolg op de succesvolle interbestuurlijke training ‘Samenwerken met de Omgevingswet’. In samenwerking met Rijk, waterschappen en provincie hebben in 2018 ca. 900 medewerkers in Brabant deze cursus en de daaraan gekoppelde online leeromgeving met goed gevolg doorlopen. In het vervolg zal het accent liggen op verdieping en verbreding.

2. Het doorontwikkelen van houding en gedrag

Het tweede doel is om medewerkers, managers, directie en bestuur competenties en vaardigheden aan te leren, die nodig zijn om de filosofie van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet in de praktijk te kunnen brengen. De manier van werken vraagt namelijk een bepaalde houding en gedrag.

De nieuwe Omgevingswet stelt bijvoorbeeld niet langer het systeem, maar juist het initiatief en de leefwereld centraal. Hierbij hoort een manier van denken van “ja, mits”, in plaats van “nee, tenzij”. Waarbij we ‘buiten’ definiëren vanuit een integrale blik. En waarbij onze vijf kernwaarden even belangrijk zijn.

Om deze houding en gedrag cultuur te versterken, zetten we in op ketengericht werken en denken. Waarbij we het aanwezige potentieel en talent van medewerkers pogen te ‘scouten’, te ontwikkelen en benutten.

VOORBEELD

De Omgevingsvisie biedt een heldere sturingsfilosofie: we kijken Diep, Rond en Breed. Op basis daarvan ontwikkelen we een instrumentenkoffer om Diep, Rond en Breed kijken concreet te maken. Aan de hand daarvan gaan we oefenen. Met onze instrumenten, en daarmee ook met de nieuwe wet, en nieuwe manieren van samenwerken. Zo leren we van én in de praktijk.

In de instrumentenkoffer zit bijvoorbeeld het VTH-spel, een gespreksstarter. Daarmee krijg je als overheidsprofessional scherper zicht op het effect van de Omgevingswet op de rollen, posities en verhoudingen tijdens het proces van provinciale vergunningverlening. Het doel van het spel is om open het gesprek aan te gaan over het samenspel tussen provincie, gemeente en de omgevingsdiensten.

3. Het aanpassen van werkprocessen en ketensamenwerking

Het derde doel is om onze (interne) processen te stroomlijnen. Enerzijds om deze processen zo in te richten, zodat er wordt gewerkt volgens kaders van de Omgevingswet. Anderzijds om op deze manier bij te dragen aan een betere samenwerking in de ketens. Dat doen we allereerst door deze processen daadwerkelijk ‘uit te schrijven’ (afspraken, die we samen met onze samenwerkingspartners opstellen). Maar daarmee zijn we er uiteraard niet: een papieren werkelijkheid is geduldig: mensen moeten in de praktijk ook daadwerkelijk ‘in de keten denken en werken.’ Een keten waarin de provincie ‘maar’ één van de spelers is. En waarbij processen dus niet beginnen en eindigen binnen het provinciehuis.

VOORBEELD

In de Proeftuin Goirle zijn we al actief aan het experimenteren. Samen met diverse partijen werken we aan een duurzame oplossing voor schurende functies in dit gebied. Zo is er nabij het Natura 2000-gebied ‘de Regte Heide’ een puinsorteerinstallatie die wil uitbreiden, een manage die verplaatst wordt, en een golfbaan waar maatregelen getroffen worden voor herstel van de heide. We zoeken samen met alle belanghebbenden, waterschappen en de gemeente naar oplossingen en ingrepen in dit gebied.

4. Het versterken van sturing en structuur

De nieuwe manier van kijken en werken van de Omgevingswet past naadloos op de ambitie van de provincie om ‘anders te werken’. Veranderen is in de allereerste plaats een verantwoordelijkheid van mensen zelf. Maar ook de organisatie moet die verandering uiteindelijk ‘steunen’. Bijvoorbeeld doordat er een topstructuur is, die de verandering ondersteunt en uitdraagt. En door daadwerkelijk opgavegestuurd te (gaan) werken. Waarbij het bestuur van de Provincie haar steentje blijft bijdragen, door collegiaal en portefeuille-overstijgend te blijven denken en doen.

5. Innovatiegedreven werken

Voor de doorwerking van de Omgevingswet heeft de provincie Noord-Brabant zichzelf een hoge ambitie opgelegd. We willen niet alleen onze instrumenten Omgevingswet-proof maken, maar dit moment ook aangrijpen om onze manier van werken aan maatschappelijke opgaven verder te ontwikkelen. Innovaties op digitaliseringsvlak kunnen ons verder helpen, in de programma’s, de instrumenten en de doorwerking van de Omgevingswet. Bijvoorbeeld door cross-overs met de TU/e te zoeken, door digitale toepassingen met een menselijke maat te maken: een combi van high tech en soft touch.

Dat kan alleen als we onszelf blijven opjagen; blijven aanjagen. Op het vlak van digitalisering gaan de ontwikkelingen razendsnel. En steeds vaker kan een directe link worden gelegd met maatschappelijke opgaven. Zeker in het ruimtelijke domein speelt technologie en de toenemende dataficering van de fysieke leefomgeving een rol. Daarom zetten we ICT en data in, om te blijven werken aan een goede, leefbare omgeving, samen met andere programma’s en partners.